Het Koninkrijk der Nederlanden; nieuwe staatkundige verhoudingen
Nieuwe staatkundige verhoudingen
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft een proces van staatkundige herstructurering doorgemaakt. De uitkomst daarvan heeft nu vaste vorm gekregen. De herstructurering betreft het (voormalige) land de Nederlandse Antillen, bestaande uit de eilanden Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Aan de basis van deze hervormingen liggen referenda en besluiten van de volksvertegenwoordiging over de staatkundige toekomst. De uitslag daarvan was, op die van één eiland na, eenduidig: de eilanden wilden geen deel meer uitmaken van het land de Nederlandse Antillen, zonder iets af te doen aan de Koninkrijksband. Sint Eustatius, als enige uitzondering, heeft uitgesproken deel te willen blijven van de Nederlandse Antillen.
Op basis van het in 2005 afgesloten Hoofdlijnenakkoord, waarin afspraken werden gemaakt over staatkundige hervormingen, financieel economische kwesties, rechtshandhaving en goed bestuur, werd een proces van conferenties gestart met als doel de knelpunten gezamenlijk en parallel aan te pakken. Dit alles leidde in oktober en november 2006 tot de slotverklaring over de staatkundige positie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en de slotverklaring over de staatkundige positie van Curaçao en Sint Maarten. Op 15 december 2008 werd tijdens de Ronde Tafel Conferentie op Curaçao door Nederland en andere Koninkrijkspartners een akkoord bereikt over de nieuwe staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk.
Op 9 september 2010 zijn de conclusies van de Slot-Ronde Tafel Conferentie getekend. Hiermee werd besloten dat, zoals werd nagestreefd, op 10 oktober 2010 het gewijzigde Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking treedt. Vanaf 10 oktober 2010 is het land de Nederlandse Antillen opgehouden te bestaan. De nieuwe structuur houdt in dat de twee eilanden Curaçao en Sint Maarten de status hebben gekregen van land binnen het Koninkrijk vergelijkbaar met Aruba. Aruba behoudt de status van land binnen het Koninkrijk die het al heeft sinds 1986. Het Koninkrijk bestaat daarmee vanaf 10 oktober 2010 uit vier in plaats van drie gelijkwaardige landen. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn dan ook geen overzeese gebiedsdelen (of overseas dependencies) van het land Nederland, maar zijn naast Nederland volwaardige autonome partners binnen het Koninkrijk. De landen beschikken over een hoge mate van interne autonomie. De drie overige eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, hebben gekozen voor een directe band met Nederland en vormen ‘het Caribische deel van Nederland’. Deze band krijgt juridisch vorm door de toekenning van de status van openbaar lichaam, in de zin van artikel 134 van de Grondwet, aan deze eilanden. Hun positie lijkt in grote lijnen op die van Nederlandse gemeenten, met aanpassingen op grond van onder meer hun kleinschaligheid, de afstand tot Nederland en de ligging in het Caribische gebied. De Nederlands-Antilliaanse wetgeving blijft in de openbare lichamen vooralsnog voor het overgrote deel gehandhaafd en alle inwoners van de drie eilanden met de Nederlandse nationaliteit hebben, naast het al bestaande stemrecht voor het Europees Parlement, nu ook stemrecht voor de Tweede Kamer gekregen. Zij hebben echter geen stemrecht voor de provinciale staten omdat de openbare lichamen niet onder een Nederlandse provincie vallen.
Behartiging buitenlandse belangen
De staatkundige vernieuwing brengt geen wijziging in de behartiging van de buitenlandse betrekkingen.
Dat houdt onder andere in dat:
• er geen wijziging is in de buitengrenzen van het Koninkrijk;
• buitenlandse betrekkingen, evenals defensie, een Koninkrijksaangelegenheid blijven. Deze aangelegenheden worden behandeld in de Rijksministerraad, die vergadert in Den Haag. De regering van ieder van de Caribische landen van het Koninkrijk is hierin vertegenwoordigd door een gevolmachtigde minister. De landsregering van Aruba zetelt in Oranjestad; die van Curaçao zetelt in Willemstad; en die van Sint Maarten in Philipsburg;
• de minister van Buitenlandse Zaken minister blijft van het gehele Koninkrijk, die ter zake de eindverantwoordelijkheid draagt;
• het ministerie van Buitenlandse Zaken, de ambassades, de consulaten en permanente vertegenwoordigingen blijven werken voor het gehele Koninkrijk en al zijn onderdelen;
• per 10-10-‘10 de Caribische landen van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao en Sint Maarten) elk een eigen Directie Buitenlandse Betrekkingen (DBB) hebben. Sint Maarten heeft een Beleidsafdeling Buitenlandse Betrekkingen (BBB).
• verdragen alleen kunnen worden gesloten door het Koninkrijk en niet door de afzonderlijke delen (al zal hun gelding wel kunnen worden beperkt tot één of meer Koninkrijksdelen; d.w.z. zij kunnen wel worden afgesloten voor één of meer afzonderlijke Koninkrijksdelen).
Klik Hier: Veel gestelde Vragen en Antwoorden
Change Magazine BES

Volg ons op